HadewijchGriffioen.nl

Scribet et Emergit

  • Increase font size
  • Default font size
  • Decrease font size
Home Overlezen

Overlezen


 
2009-06-22 (door Hadewijch Griffioen)
Een boek moet het huis zijn dat je om je heen trekt. Waar je
een tijdje wilt zijn, ook al is het niet jouw huis.Ook al zie je er iemand dwalen,
die jou niet hoort
maar wel een idee heeft van je aanwezigheid. Die ondanks
dat je er bent, opstaat met afgewend gezicht, de kamer verlaat en de
sleutels opnieuw omdraait in het nachtslot. 
Het is daarbinnen gewoon niet uit te houden.
Daarbinnen is alles wat van vroeger is, de vader met zijn
goede raad die hij voor zich houdt.
Je ziet het wel aan zijn gezicht, hij houdt het voor
zich maar beter was het geweest als hij met je was gaan
praten, zoals die ene keer, die ene enkele keer dat hij dat probeerde
maar toen was je zo verbijsterd dat je deed alsof je hem niet hoorde.
En zo ging die keer voorbij, ook al bracht je hem wel in de sneeuw naar
de auto en hoopte je dat hij na een paar meter zou stoppen, achteruit zou
rijden, je toch zou meenemen, hoe groot en volwassen je ook al was. 
Daarbinnen is ook je moeder, ze wacht je op als je laat thuiskomt, ze slaapt
niet bij je vader, eerst wel natuurlijk maar toen ze zag hoe eenzaam
je je voelde,toen sliep ze bij jou, hoe groot je ook bent. 
En nu zijn ze weg. Maar in je huis waar je bent
opgegroeid zie je, hoor je en voel je ze nog. Ze hebben
niets tegen je gezegd toen ze er nog waren
Ze zeggen niets tegen je nu ze er zijn.
Ze gaven je eten, ze zorgden ervoor dat je naar school ging, dat je een opleiding
deed maar ze hebben niets tegen je gezegd. Niet iets waar je wat aan had maar
misschien was het toch nog anders: zagen ze hoe je eraan toe was en
vonden ze het beter te zwijgen. Of konden ze het elkaar niet bekennen al zagen
ze van elkaar hoe zij eraan toe waren: onhandse mensen, onhands gezinnetje.
In het lege huis van het boek ging het zo nog een tijdje door. Je leerde in het huis
te kunnen zijn, dat wil zeggen: de deur achter je dicht te trekken, de deur te openen,
af en toe door de lege kamers te lopen, hallo te zeggen, niemand hoorde je toch,
zo gek kon je wel doen. Je deed het licht aan en uit in de hal, je boog je voorover
naar een onbeslapen bed en zei je moeder gedag.
Het huis was verbonden met de apotheek. Soms bleef je in het midden staan,
naakt op  je onderbroek na en beschreef je lichaam, een kinderlijk smal onaangeraakt
lichaam. Zou alles een keer goed komen? Zou alles een keer anders zijn, dat leek
altijd wel beter, als je je angst maar kon overwinnen. Zou het ongeluk van de een
kunnen leiden tot jouw geluk? Zou de ontdekking van bespiede schoonheid en
kwetsbaarheid, de ontdekking dat waar je naar kijkt het tegendeel is van
wat jij denkt, jou uit je baan slingeren, jou ook in je tegendeel doen verkeren?
 
 (naar aanleiding van Graz van Bart Moeyaert, 22 juni 2009, Nijmegen)